Skip to main content

Zie ginds komt de stoomboot.  Column 07-01-2026  door Ruud Bijkerk

Het lijkt of deze column een maand te laat wordt geplaatst, maar hij gaat wel degelijk over stoomboten. In het Museum Hoeksche Waard is een fraaie tentoonstelling ingericht met als titel: Tussen oever en overkant! Varen, vissen en veerdiensten. De verbindingen tussen de stad en het platteland van de Hoeksche Waard waren cruciaal en vonden plaats door middel van veerdiensten. Deze column kwam mede tot stand met Gert Schilperoort.

 

Eeuwenlang werd met zeilboten op windkracht gevaren. Door de komst van de stoommachine werd ook de scheepvaart gemoderniseerd. In 1841 werd een maatschappij opgericht tot exploitatie van een stoombootdienst voor personen en goederen van Middelharnis via de rivier het Spui naar Rotterdam en Dordrecht. In de periode 1841-1949 hebben diverse exploitanten van stoomboten het vervoer over de waterwegen naar de stad verzorgd. In zijn boek ‘Uit vervlogen dagen’ over de geschiedenis van Oud-Beijerland vertelt K. Siderius dat deze boten in hoogtijdagen volgeladen waren met meer dan honderd personen, tientallen stuks vee en diverse goederen. Wie naar de stad wilde, haastte zich om tijdig aanwezig te zijn en prees zich gelukkig tussen kisten, manden en balen door een gunstig plaatsje te vinden, bij mooi weer boven, bij koude beneden in de warmte en het geroezemoes van de kajuit. De boot vertrok niet van het Oud-Beijerlandse havenhoofd voordat de diligence met reizigers uit Numandorp van Cornelis Fonkert en de sjees van Arie Oprel, die maximaal twaalf mensen bergen kon, uit Klaaswaal aangekomen waren.

 

Raderstoomboten

Jan Vermaas, 1882-1971 woonachtig in Nieuw-Beijerland schreef in zijn levensbeschrijving: “De enige communicatie met Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen was door middel van een stoomboot, die elke werkdag van Den Bommel naar Rotterdam voer en bij elke plaats aan het Spui een aanlegsteiger had, althans als het dorp niet al te ver van het Spui af lag. Zo was er geen aanlegsteiger voor Piershil. Dat lag wel een half uur gaans van het Spui af. Wie van dit dorp naar de stad wilde, kwam meestal lopend naar ons dorp. Ook was er een dienst van een andere maatschappij, die zijn route begon bij Zuidland. Op vrijdag had hij een dienst op Dordrecht. Deze beide boten waren raderboten. Later kregen ze concurrentie van een mededinger, die zijn dienst begon op Middelharnis. Hij heette ook ‘Middelharnis’. De twee eerstgenoemde boten heetten ‘Den Bommel’ en ‘Oude Maas’. De boot van Middelharnis was een schroefboot, zij kon een grotere snelheid ontwikkelen dan de raderboten en voer ook naar Rotterdam. In de namiddag kwamen ze alle drie weer terug. Gewoonlijk tussen 3 en 4 uur waren ze weer bij ons dorp. Een enkele keer werd het wel eens later, vooral bij stormweer en in de winter als er drijfijs in de wateren lag.”

 

Meer weten over veerdiensten in en om de Hoeksche Waard? Komt dat zien in het museum! Op 31 januari is er om 14:00 een lezing door Dini Heijden over de watersnood met aansluitend een bezoek aan de tentoonstelling.

De tol van Nieuw Beijerland – Steendruk van P.A. Schipperus    Uit het boek Wandelingen door Nederland met pen en potlood