Met Jacob Craandijk door het Spui 4-02-2026 door Ruud Bijkerk
Bij het zoeken naar beschrijvingen over veerdiensten voor de huidige expositie ‘Tussen oever en overkant, varen, vissen en veerdiensten” ontdekten we een parel uit ver vervlogen tijden: de fraaie boekenreeks “Wandelingen door Nederland met pen en potlood” van Jacobus Craandijk. In zijn derde deel uit 1878 beschreef hij onze contreien na een tocht met een veerdienst vanuit Rotterdam naar Middelharnis. Jacobus Craandijk (1834-1912) was doopsgezind predikant, leraar en historicus.
Hij was zich ervan bewust dat het Nederlandse landschap door industrialisatie snel aan het veranderen was. Zijn wandelverslagen legden niet alleen de bestaande situatie vast, maar vertelden ook iets over de historie van het gebied. De reis per stoomboot begon bij de Oosterkade in Rotterdam, vlak bij de Maasbruggen. De eerste aanlegplaats was Schiedam en vervolgens Vlaardingen. Bij Rozenburg sloeg de boot met een scherpe bocht linksaf om de Oude Maas op te varen, waarbij hij in de verte zicht had op de dorpen Hoogvliet en Poortugaal. Bij Spijkenisse stopte de stoomboot, waarna deze bij de Beerenplaat de Oude Maas verliet. Met een bocht naar rechts stoomde het schip het Spui op en dan lezen we in het verslag de volgende beschrijving:
“Het smalle vaarwater is pas in de zestiende eeuw doorgegraven en behoort dus tot betrekkelijk nieuwe stromen. Hier liggen de belangrijke Beijerlanden en verder oostwaarts de rijke polders van den Hoeksche Waard. Een grote boerenherberg ligt benedendijks. Aan deze landstreek verbindt zich de herinnering aan den schitterenden en ongelukkigen graaf Lamoraal van Egmont en zijn gemalin, Sabina van Beijeren.”
Lamoraals plan
Op één van de informatieborden in de expositie wordt aandacht besteed aan het plan van Lamoraal die het vruchtbare gebied in 1541 erfde en het een nieuwe naam gaf naar zijn vrouw, Beijerland. Hij wilde het gebied droogleggen en inrichten voor landbouw, maar kreeg veel tegenstand. Het Spui was namelijk een belangrijke vaarroute voor schepen tussen de Oude Maas en het Haringvliet. De Noord-Zuid route tussen Holland, Brabant, Zeeland en Vlaanderen moest openblijven. Hij kreeg geen toestemming voor zijn plan. Toch werden in de jaren daarna wel delen van Beijerland drooggelegd; de Polder Oud-Beijerland in 1557, de Polder Nieuw-Beijerland in 1582 en de Groot Zuid-Beijerlandse Polder in 1631. Als het plan van de graaf was doorgegaan, zou de Hoeksche Waard voor altijd verbonden zijn geweest aan Voorne-Putten. Van Egmont zou uiteindelijk onthoofd worden in Brussel voor het begin van de Tachtigjarige Oorlog. In de tentoonstelling wordt gemeld dat de Hoeksche Waard in zes eeuwen uit zestig polders is voortgekomen. Via een grote puzzel zijn al deze polders te plaatsen in de contouren van de Hoeksche Waard. Dit geeft veel inzicht over het ontstaan van ons eiland.
Bijschrift prentbriefkaart: Zicht op het Spui vanuit Oud-Beijerland met de aanlegplaats van de stoomboot.