Hoog bezoek in Goudswaard column 5 augustus 2026 door Gert Schilperoort
Deze keer gaan we terug naar het jaar 1638. De Tachtigjarige Oorlog zou nog tien jaar duren. In augustus van dat jaar bracht Maria de Medici (1575-1642), weduwe van koning Hendrik IV van Frankrijk, een bezoek aan de Republiek van de Verenigde Provinciën. Ze werd groots onthaald in de steden die zij bezocht, met als hoogtepunt het driedaags bezoek aan de stad Amsterdam. Als herinnering aan dit evenement liet deze stad door Gerard van Honthorst een staatsieportret van de koningin maken. Tot 13 september is dit schilderij te zien in het Centraal Museum in Utrecht.
Maria de Medici was van plan om vanaf Hellevoetsluis naar haar dochter in Engeland te varen, die getrouwd was met de Engelse koning Karel I. Eerst logeerde zij nog enkele dagen in paleis Honselersdijk bij Amalia van Solms, de echtgenote van prins Frederik Hendrik van Oranje, maar op 6 oktober kwam het afscheid. Een karos bracht haar naar de haven van Vlaardingen, waar twee schepen gereedlagen om het gezelschap naar Hellevoetsluis te brengen. Aan boord bevond zich de diplomaat Johan Polyander van den Kerckhove, vertrouweling van prins Frederik Hendrik. Hij was vrijheer van Heenvliet en had de functie van ruwaard (baljuw) van Putten.
Via de Oude Maas zeilde men de rivier het Spui op. Toen de tafels gedekt werden voor het diner, draaide de wind plotseling. Door opkomend tij en tegenwind werd het onmogelijk om vooruit te komen, waarop het anker werd uitgeworpen bij het dorp genaamd Corendyck. Hare Majesteit besloot niet op het jacht te wachten op een gunstige windrichting, maar aan land te gaan en te overnachten in dat dorp. Toen een geschikt huis moest worden uitgekozen voor overnachting viel de keuze op het huis van de schout. Het bed van prinses Amalia werd van het jacht overgebracht naar de kamer waar de koningin die nacht heeft geslapen. Ook de hele hofhouding werd in het dorp van logies voorzien.
De volgende dag was de windrichting nog steeds ongunstig, waarop de koningin besloot om tijdelijk haar intrek te nemen in het huis van de vrijheer van Heenvliet. In een sloep stak de koningin het Spui over. Aan de oever stond haar karos gereed, waarin zij en enkele hofdames plaatsnamen. Deze karos, gevolgd door een stoet rijtuigen, mannen te paard en tachtig karren met bagage, arriveerde op 7 oktober om 5 uur ’s middags in Heenvliet onder klokgelui en grote belangstelling van de plaatselijke bevolking.
Cornelis Dircksz. fungeerde als schout van de Korendijk van 1624 tot zijn dood in 1647. De gevelsteen met het jaar 1635 in de toegangspoort van de armenhuizen in de Dorpsstraat herinnert aan deze schout. Het is niet duidelijk in welk huis de schout woonde, maar het vermoeden is dat het om een van de huizen gaat aan de westzijde van de Dorpsstraat.
